Kerst biedt uitkomst bij corona en andere crises

Door Jonatan Bartling

Bij de eerste corona golven en lockdown waren veel mensen naast angstig ook hoopvol. De situatie was nieuw en spannend en op allerlei plekken gonsde het ‘never waste a good crisis’. ‘Dit is het moment om de grote problemen aan te pakken. Het is toch duidelijk dat het al veel langer niet kon zo, hoeveel we moesten van onszelf, hoeveel we consumeerden?’ Nee, na de crisis zouden we het anders doen. Nu nog even wachten op het vaccin en dan kwam alles goed...

"Misschien zullen we dieper moeten gaan. Zekerheden laten varen, voordat we iets nieuws kunnen ontdekken."

1.1 Jonatan

 

Dat laatste bleek ijle hoop en intussen lijken mensen meer moegestreden, onze materiële en/of geestelijke reserves worden kleiner en kleiner. We weten het niet meer zo goed. Waar we staan. Waar we heen gaan. Staan we voor vrijheid of voor veiligheid en sluiten die elkaar uit? Wordt het niet alleen maar erger? Vinden we onszelf in een controlestaat als deze crisis straks eindelijk voorbij is? En terwijl in vele sectoren het leven stil staat rijst de vraag, ook bij ons: waar doen we het voor, als al dat moois toch niet kan doorgaan? Zo lijkt de crisis zich te verdiepen tot een existentiële of spirituele crisis. Maar misschien is dat wel nodig…

Einstein zei eens dat de oplossing voor een probleem nooit op hetzelfde niveau gevonden kan worden als daar waar het probleem is ontstaan. Misschien zullen we dus dieper moeten gaan. Zekerheden laten varen, voordat we iets nieuws kunnen ontdekken.

Het doet me denken aan mijn eigen relatiecrisis, die ruim een jaar geleden begon. Toen de ‘moeten-wij-nog-wel-bij-elkaar-zijn-bom’ barstte, leverde dat angst op, paniek. Maar het bood ook mogelijkheden. Je ziet bepaalde dingen ineens heel helder en ik wilde alles uit de kast halen om het toch te laten werken. Toen dat toch niet genoeg bleek en we uit elkaar gingen, was er naast pijn en onzekerheid vooral ook veel opluchting. Allerlei verwachtingen vallen weg. Ik hoef de strijd niet meer te strijden. Een beetje als die maagdelijk witte agenda rond de eerste lockdown. Wat een mogelijkheden. De zomermaanden genoot ik van de vrijheid om ‘mijn eigen man’ weer te zijn. En nu, een lange herfst later, is het weer anders. Verdriet borrelt onder de oppervlakte. Het zorgen voor de kinderen valt me soms erg zwaar. Het is lastig motivatie voor werk te blijven vinden als alles steeds afgelast wordt.

Dit is de donkere achtergrond waartegen ik voor het eerst in mijn leven bewust advent heb beleeft, de periode van vier weken voorafgaand aan kerst. Eerder leerde ik al de waarde kennen van de christelijke veertigdagentijd als een tijd van bezinning en verandering. Maar waar die vastentijd draait om ‘bekering’, verandering dus, gaat het bij advent juist om wachten. In het donker verblijven, je ogen laten wennen, naar binnen kijken, je afstemmen op het licht dat er weer aankomt, maar dat er nog niet is.

Met een paar mensen uit mijn hofje hebben we vier maandagavonden een ‘adventsgebed’ gehouden, met veel stilte, korte teksten, muziek en een teken-opdracht. Wat een ontdekking hoe heilzaam en verdiepend het kan zijn om een kwartier lang samen stil te zijn, in het donker. Veel makkelijker dan in je eentje. En hoe mooi een kaars daarna oplicht vanuit de duisternis. Elke week een kaars erbij. Ook het tekenen bleek een schot in de roos. Met houtskool en volle aandacht verkenden we hoe duister en licht samenhangen. Ik had nooit verwacht hoe emotioneel het kan zijn om een wit vel langzaam donker te maken, totdat er geen licht meer te zien is. We werkten van buiten naar binnen, totdat de randen zwart waren en in het midden nog maar een vale lichtpunt te zien was. Iemand merkte op: ‘het kan voelen alsof het duister het licht bedreigt, het opslokt. Maar het donker omsluit en beschermt het licht ook. Als Maria die het licht in zich draagt.’

Die tekening is een beeld dat ik mee ben gaan dragen de afgelopen weken. Soms ervaar ik het zelfs lijfelijk. Ja, er is donkerte in mij, maar als ik mijn ogen laat wennen en me naar binnen richt, is daar ook licht, al is het maar klein. Het is daar geborgen in mij. En ik kan me daar op afstemmen. Soms voel ik het niet en dat is ook ok. Dan doe ik het licht uit, steek ik de adventskaarsen in mijn eigen vensterbank aan en ben ik gewoon een tijdje met mijn donkerte. En dat blijkt te helen. Ik voel het gebeuren terwijl ik daar zit. Het donker wordt niet per se minder, maar ik verzet me niet langer tegen pijn of verdriet of onzekerheid. En daarmee wordt ik heel, want op dit moment hoort dit bij mij.

Dat is de kans die kerst ons kan bieden in de coronacrisis en in elke andere crisis. Verblijven in het donker. Onze ogen laten wennen. Afstemmen op kleine bronnen van licht in onszelf en buiten onszelf. En erop vertrouwen dat daaruit iets nieuws geboren kan worden.